Sociaal & Duurzaam

Sociaal & Duurzaam -

Bijdragen van de fractie PvdA/GroenLinks tijdens de raadsvergadering van 24 april jl.

Tijdens de raadsvergadering van 24 april jl. stonden 7 voorstellen geagendeerd voor de opinierende raad. Daarvan werden 2 agendapunten direct doorverwezen naar het besluitvormend deel en heeft de fractie van de PvdA/Groenlinks ingesproken op 3 agendapunten, t.w.:

- Het meerjarenperspectief Vastgoed;

- De ontwerpverklaring van geen bedenkingen Groenendijk 275;

- De startnotitie Woonvisie.

Onze inhoudelijke inbreng op deze voorstellen leest u hieronder. 

Voorafgaand aan het opinierende deel van de vergadering had de PvdA/GroenLinks vragen voorbereid voor het vragenkwartier over de actualiteit. Deze vragen zijn uiteindelijk ingetrokken. In plaats daarvan had de fractie wel eenm verklaring, die als volgt luidde:

Onze fractie heeft zich samen met de fracties van D66, SP en NEZ verbaasd over het persbericht waarin de beoogde coalitiepartijen aangeven dat zij in een inclusieve samenleving de verbinding tussen politiek en samenleving verder willen versterken en morgenavond daartoe hun, volgens eigen zeggen, regeerakkoord aan de pers zullen toelichten. Dit zonder dat enige eerder toegezegde ruggespraak over het coalitieakkoord met de overige niet betrokken partijen heeft plaats gehad. Dit gaf ons aanleiding om hierover vragen op te stellen voor dit vragenkwartier. Echter, deze wake-up call heeft ertoe geleid dat de beoogde coalitie ons alsnog morgenmiddag heeft uitgenodigd om ons voorafgaand aan de persbijeenkomst bij te praten. Daarmee komen de vragen, die voor dit vragenkwartier over de actualiteit zijn opgesteld, te vervallen en zien wij de nu toegezegde informatie met grote belangstelling tegemoet. Wij trekken onze vragen dan ook hierbij in

 Het spits werd afgebeten door martin Damen voor het Meerjarenperspectief Vastgoed (Agp 7). Tijdens deze eerste rede (maidenspeech) van Martin heeft hij het volgende gememoreerd:

Maiden Martin

Voorzitter,

In het meerjarenperspectief is een duidelijke organisatorische ontwikkeling van het Vastgoedbedrijf zichtbaar. Op heldere wijze wordt aan de Raad informatie verschaft. Het geheel, ook in relatie tot de vorige week gegeven prestaties, geeft een goed beeld van de portefeuille en de organisatieontwikkeling.

Mijn fractie complimenteert de wethouder en zijn ambtenaren met dit product.

Er zijn op de inhoud de volgende opmerkingen: 

- In het meerjarenperspectief wordt soms gerefereerd aan definities of afspraken welke zijn vastgelegd in de nota Vastgoedbeleid 2015. Ik wil als aanbeveling geven dat dit soort verwijzingen dan beter als bijlage kunnen worden meegenomen.

- De afwegingen om panden te heroverwegen of af te stoten worden, deels gebaseerd op, begrippen als maatschappelijk rendement en/of maatschappelijke relevantie. Het zijn begrippen die weinig zijn uitgewerkt en daardoor moeilijk hanteerbaar om verkoop beslissingen op te baseren.

- Wanneer panden worden afgenomen vinden wij dat de marktwaarde ten tijde van verkoop uitgangspunt moet zijn. Als fractie zien wij graag dat het Leontienhuis niet blijft staan op de lijst van af te stoten panden. Het betreft een pand met een goede verhuuropbrengst, we vinden dat de activiteiten die worden uitgeoefend maatschappelijk zeer relevant. Daarnaast betreft het een beeldbepalend pand wat ook nog een gemeentelijk monument is. Wij verzoeken de wethouder om dit pand van de lijst te halen.

 - Bij de panden welke staan te heroverweging worden genoemd de dorpshuizen Op Moer en JWF gebouw.

Mijn fractie hecht waarde aan de functie van de dorpshuizen en ook als is de bezetting niet optimaal. Zien we graag dat er vooral geïnvesteerd wordt in de functie en gebruik van de dorpshuizen. Omdat een herbezinning op deze panden zou kunnen leiden tot afstoten terwijl de prioriteit moet liggen op de versterking van de functies van deze dorpshuizen.

Tenslotte wordt in het voorstel het college de ruimte gegeven om te komen tot afwikkeling c.q. verkoop. Mijn fractie is echter van mening dat het geheel van afwegingen om te komen tot een verkoopbeslissing zo globaal is dat wij graag zien dat ieder voornemen tot verkoop aan de gehele raad wordt voorgelegd.

 Ik dank U

 

Johan Helmer bracht bij de resterende agendapunten het volgende in:

Agp 11: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Groenendijk 275 Nieuwerkerk aan den IJssel

Voorzitter,

Het is in het algemeen bekend dat door het loslaten van de melkquota vele veehouders de kans schoon zien om de stalcapaciteit te vergroten. De keerzijde van deze medaille is dat daarmee ook veel veehouders van de koude kermis terug kwamen omdat zij onvoldoende uitrijcapaciteit hebben voor een ander quotum, het fosfaatquotum. Jawel zo langzamerhand ontdekken we dat er feitelijk meerdere producten vrij komen bij de veehouderij, namelijk naast melk, vlees en huiden ook bergen stront! Daarnaast lijkt de goede lijn van verduurzaming van de veehouderij ook meer en meer te nijgen naar bijvoorbeeld grasmelk, dat bij grondgebonden veehouderij wordt geproduceerd. Een ontwikkeling die onze rood/groene fractie toejuicht, maar ons ook kritischer maakt bij intenties van de individuele veehouder om de stalcapaciteit als gevolg van het vervallen van het melkquotum te vergroten.

 Wij begrijpen de economische motieven, maar zijn tevens van mening dat deze binnen de beleidsintenties van onze rijksoverheid en de desbetreffende sector moeten passen. Dat gaf ons dan ook aanleiding voor het stellen van een aantal technische vragen op het vlak van de beoogde uitbreiding in de zin van groot vee eenheden en bijbehorende uitrijcapaciteit voor de vrijkomende extra mest. In de beantwoording van onze vragen, waarvoor dank, geeft u aan dat de verklaring van geen bedenkingen alleen maar betrekking heeft op het ruimtelijk mogelijk maken van de uitbreiding van de stal. U stelt daarbij dat het voorzien in voldoende fosfaatrechten door de initiatiefnemer los staat van deze procedure.

 Deze mening delen wij niet.

 Wij zijn van mening dat we als overheid hierin tenminste een nader afweging moeten maken om een ongebreidelde en naar de toekomst onhoudbare uitbreiding van de veestapels te voorkomen. Al is het maar om ons mooie open gebied zo min mogelijk te bebouwen en in de toekomst opgezadeld te worden met functieveranderingen die de continuïteit van dergelijke bedrijven moet garanderen. Wij zijn dan ook van mening dat een dergelijke beschouwing van o.a. de haalbaarheid van de uitbreiding in relatie tot bijvoorbeeld de fosfaatquota en onlosmakelijk onderdeel moet zijn van een dergelijk voorstel. In dat verband verbazen wij ons dat bijvoorbeeld voor de verklaring van geen bedenkingen voor de Herenweg nr 54 in Moerkapelle een advies wordt gevraagd rond de levensvatbaarheid van het bedrijf bij de Agrarische Beoordelingscommissie. Je zou toch verwachten dat een dergelijk advies ook voor deze ontwerpverklaring de nodige meerwaarde zou hebben.

 Wij zullen instemmen met uw voorstel, maar verzoeken u dringend om bij een volgend verzoek voor uitbreiding van stalcapaciteiten ook de milieu- en klimaat technische kant van het verzoek te laten belichten, dan wel een advies over het initiatief van bijvoorbeeld de Agrarische Beoordelingscommissie toe te voegen.

 Ik dank U

 

Agp 13: Startnotitie Woonvisie Zuidplas

 Voorzitter

 Opnieuw een startnotitie voor het opstellen van de Woonvisie.

Na een eerste aanzet in november van het vorige jaar lijkt dit proces toch wel erg te lijden aan startproblemen. Het is dan ook te hopen dat het proces van opstellen van deze woonvisie wat doorzichtiger en vlotter zal verlopen, want in de opeenvolgende discussies rond de startnotitie raak je de richting een beetje kwijt.

Terug naar de basis van de woonvisie, kan je jezelf afvragen wat je feitelijk als resultaat van de woonvisie verwacht, en op welke wijze je tot dit resultaat wil komen. Onze fractie verwacht uit de woonvisie feitelijk te kunnen opmaken wat, waar, hoeveel, voor wie, wanneer en op grond van welke context woningen in onze gemeente gebouwd zullen gaan worden.

Daarnaast vinden wij een nauwe betrokkenheid van de stakeholders aan de bouwende en afnemende zijde van groot belang en denken wij dat voor een effectief besluitvormingstraject onze raad nadrukkelijk betrokken moet worden waarbij, al dan niet in de programmacommissie Ruimtelijke Plannen, de voortgang regelmatig wordt besproken en bijvoorbeeld uitkomsten van deelonderzoeken of afgeronde procesfasen worden besproken. Daarbij verwachten wij dat ten minste een keer en uiterlijk na het zomerreces een tussenstand in een opiniërende raad wordt gedeeld en besproken.

Kunt u daarin voorzien?

 Wij zijn o.a. ook benieuwd of en zo ja welke relatie er wordt gelegd tussen het nieuwe coalitie-akkoord en de woonvisie, ofwel wordt in het akkoord hierop nog nader ingegaan?

 Rijp en groen door elkaar zetten wij in aanvulling op eerdere opmerkingen nog de volgende kanttekeningen bij de startnotitie en de beoogde inhoud van de woonvisie.

Qua organisatie vinden wij de voorgenomen samenstelling van de projectgroep aan de magere kant en vragen ons af of er niet een betere verhouding tussen aanbieders en afnemers zou moeten worden nagestreefd.

 Op de vragen wat en voor wie, zijn wij van mening dat onze gemeente primair een opgave heeft in het bouwen voor de eigen inwoners en daarin een zodanige differentiatie biedt dat voor een ieder een passende huisvesting kan worden geboden. Daarnaast doet zich onmiddellijk de vraag voor wat hierin onze regionale en bovenregionale opgave is? Naast de behoefte in het regionale en bovenregionale woningaanbod speelt voor ons daarbij vooral ook de ratio tussen het bouwen voor de eigen inwoners en deze regionale opgaves een rol. Het zou goed zijn om in de woonvisie hierop nader in te gaan en bijvoorbeeld streefwaarden op te nemen. Immers bouwen voor de regionale instroom alleen komt zeker niet ten goede aan onze dorpse samenhang en het welbevinden van de eigen inwoners. Kortom, wij zijn er dan ook voor om het bouwprogramma primair aan te laten sluiten op de behoefte van de eigen inwoners zodat de kansen voor hen om een passende woning te vinden worden geoptimaliseerd, waarbij aanvullend voor de regionale instroom een evenredige bouwproductie kan worden gerealiseerd. In dat verband is het wellicht zinvol om nader onderzoek te verrichten naar de daadwerkelijke woonbehoefte van de eigen inwoners. Wij verwachten in ieder geval dat de woonvisie hierop dieper zal ingaan waarbij het motto is de behoefte bepaald de aantallen en niet andersom.

Op de vraag waar wordt gebouwd, verwachten wij dat de woonvisie de nodige informatie biedt over aantallen en typen woningen per uitleglocatie.

 Zoals eerder gezegd is bij de verdere uitbreiding van onze dorpen vooral ook de verbinding van deze nieuwe wijken met het dorpscentrum en de voorzieningen een belangrijk punt van aandacht. Naast ontsluiting voor de auto en de fiets verwachten wij daarbij ook een nadere beschouwing op de bereikbaarheid voor scootmobiels en eventueel de mogelijkheden van ontsluiting met een shuttle. Immers hier is het van belang dat de nieuwe seniorenwoningen in deze wijken ook een voor deze doelgroep interessante plaats van vestiging bieden. Levensbestendig bouwen betekent volgens ons dan dus meer dan de kwaliteit van de woning alleen.

 In de startnotitie wordt gesproken over het voornemen van actualisatie om flexibel in te spelen op de ontwikkelingen in de woningmarkt. Een mooi voornemen, maar waarvan in de praktijk, in ieder geval tot nu toe met een woonvisie uit 2013, nauwelijks iets is terecht gekomen. Wij denken dat een tweejaarlijkse evaluatie van de woonvisie hierin meer structuur zal kunnen brengen en stellen u dan ook voor een dergelijke evaluatieplicht in de woonvisie op te nemen.

 Op het onderdeel duurzaamheid wordt verwezen naar de Raamovereenkomst 2016 tot 2020 waarin afspraken met de wooncorporaties zijn gemaakt. Gelet op de recente landelijke ontwikkelingen o.a. op het vlak van gasloos bouwen vragen wij ons af of deze raamovereenkomst voldoende actueel is en niet op onderdelen moet worden herzien.

 Ten slotte verwachten wij dat de woonvisie ook een financieel/economische beschouwing zal bevatten over de verwachte kosten en opbrengsten van realisatie van deze visie. Wij nemen aan dat een dergelijk hoofdstuk aan de woonvisie zal worden toegevoegd.

 Wij vragen u nu zeker niet om de startnotitie op grond van onze opmerking opnieuw op te poetsen, maar verzoeken u dringend met onze kanttekeningen rekening te houden en verwachten van uw nieuwe college, zoals eerder aangegeven, dat zij onze raad nauw blijft betrekken bij de verdere uitwerking van de woonvisie.

 Ik dank U

 

 

 

Category: In de Media